
over hebben? Praten ze nog met elkaar of zijn ze al gek geworden?
Ik doel op een zestal astronauten die nu zo’n vijftig dagen in een
loods zitten, ergens bij Moskou. En ze zitten daar voorlopig nog wel
even. Men wil namelijk naar Mars. En dat is best ver. En dus duurt
de reis erheen ook behoorlijk lang. Zo lang, dat er onderzoek nodig is
als dat wat ze daar aan het bekijken zijn in die Russische loods.
Wat doet het met ons mensen, als we vijfhonderdtwintig dagen
lang opgesloten zitten? Afgesloten van de rest van de wereld.
En voor de vorm, zodat we niet kunnen zeggen: ‘rare jongens die
Russen’, hebben ze in dat zestal ook een Italiaan, een
Fransman en een Chinees opgenomen. De enige persoon
met wie zij praten buiten de loods is de vluchtleiding. Maar om
dat contact wel realistisch te houden ‘op Mars-niveau’ zit er een
vertraging op de lijn. Van twintig minuten. Kijk, en dan heb ik het
helemaal niet zo slecht momenteel. Want ook ik duik een bubbel
in thuis. Eentje van éénentwintig dagen vakantie om precies
te zijn. En voor de broodnodige Babylonische spraakverwarring
hebben we een Duits vakantiekind van de bus geplukt.
Als we zelf niet genoeg kluiten hebben om uitlandig te verblijven,
dan maar iemand die het minder heeft een leuke tijd bezorgen
nietwaar? Wie weet wordt mijn Duitse taalgevoel nog tot een
acceptabel niveau getild ook. Een win-win situatie.
En als ik straks weer terugkeer naar de woelige wereld van
het Gelders nieuws, moeten Igor en Petrov en hun vrienden
nog zo’n vierhonderdvijftig dagen zitten. Ergens halverwege
zit dan wel de verkenning van het fictieve Marsoppervlak.
Zal me een dolle boel worden in die loods. Nee, dan is de
omgeving van Arnhem-Nijmegen een stuk buitenaardser
en uitdagender. Ja, ik duik met goesting in mijn eigen
prikkelloze bubbel. De zomervakanties hier hebben
een neiging om vanzelf boeiend te geraken.
Daar heb ik geen andere planeet voor nodig.













